Software en AI-systemen binnen hervormde productaansprakelijkheid
De hervormde Richtlijn productaansprakelijkheid werd goedgekeurd op 23.10.2024. Zij moderniseert en verruimt de foutloze aansprakelijkheid voor gebrekkige producten. Volgens de eigen bepalingen moet de Richtlijn uiterlijk tegen 9 december 2026 in nationale wetgeving zijn omgezet.
Software als product
Onder de hervormde Richtlijn wordt een product omschreven als elke roerende zaak, ook wanneer die is geïntegreerd in of verbonden met een andere roerende of onroerende zaak. Die definitie omvat onder meer elektriciteit, digitale fabricagedossiers, grondstoffen en software. Daaronder valt dus ook software waarin AI-systemen zijn geïntegreerd.
Een schadevergoeding blijft gebaseerd op schade die voortvloeit uit een gebrekkig product. Een product is gebrekkig indien dit niet de veiligheid biedt die een persoon mag verwachten of die uit hoofde van het Unierecht of het nationale recht is vereist. Daarbij hoeft geen fout of inbreuk op de zorgvuldigheidsplicht te worden aangetoond.
Bewijs van gebrek en oorzakelijk verband
De benadeelde moet aantonen dat er een gebrekkig product is, dat er schade bestaat en dat er een oorzakelijk verband is tussen het gebrek en de schade. Bij AI-systemen, in het bijzonder systemen met een black-boxkarakter en ondoorzichtigheid van model en besluitvorming, kunnen het bewijs van het gebrek en het oorzakelijk verband bijzonder moeilijk zijn.
De Richtlijn voorziet daarom in bepaalde gevallen in een vermoeden van gebrekkigheid en/of oorzakelijk verband.
Wanneer geldt een vermoeden?
Een product wordt vermoed gebrekkig te zijn indien:
- de aangesproken producent geen toegang verleent tot relevant bewijsmateriaal op grond van artikel 9, lid 1;
- de benadeelde – eiser aantoont dat het product niet voldoet aan dwingende productveiligheidsvoorschriften uit het Unie- of nationale recht die bescherming beogen tegen het risico van de geleden schade; of
- de benadeelde -eiser aantoont dat de schade is veroorzaakt door een kennelijk disfunctioneren van het product bij redelijkerwijs te verwachten gebruik of onder normale omstandigheden.
Het oorzakelijk verband wordt vermoed wanneer het product gebrekkig is en de veroorzaakte schade doorgaans strookt met het betrokken gebrek. De nationale rechter kan ook een vermoeden aannemen wanneer de benadeelde buitensporige moeilijkheden ondervindt door technische of wetenschappelijke complexiteit en aantoont dat het waarschijnlijk is dat het product gebrekkig is en/of een oorzakelijk verband bestaat.
De omzetting en implementatie in Boek 6 B.W. (artikel 6.41 e.v. B.W.) wacht nog op een Voorontwerp van Wet van de federale regering.