Signalen van een onderneming in moeilijkheden

Een onderneming komt doorgaans niet plots in moeilijkheden. Financiële, gerechtelijke en interne signalen kunnen zich al eerder voordoen. Eén afzonderlijke indicator hoeft niet noodzakelijk op een probleem te wijzen, maar een combinatie van signalen kan aandacht van het bestuursorgaan vereisen.

Geregistreerde knipperlichten

Het centraal register van economische knipperlichten verzamelt gegevens over ondernemingen die bepaalde verplichtingen niet nakomen. Het gaat onder meer om achterstallen inzake RSZ-bijdragen, btw, bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen van zelfstandigen.

Ook gerechtelijke en uitvoeringsmaatregelen kunnen als knipperlicht worden geregistreerd. Voorbeelden zijn berichten van bewarend of uitvoerend beslag, vonnissen over onbetwiste openstaande schulden, ontbinding van een handelshuurovereenkomst ten laste van de huurder en protesten wegens niet-betaling van handelspapier.

Financiële gegevens kunnen eveneens op instabiliteit wijzen, zoals structurele verliezen, een negatief werkkapitaal, een hoge schuldgraad of een negatieve operationele kasstroom. Wanneer het eigen vermogen onder bepaalde wettelijke drempels daalt, kan de alarmbelprocedure van toepassing zijn op grond van art. 5:153 of 7:228 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Rol van de KOIM en de cijferberoepen

Boek XX van het Wetboek van economisch recht (WER) omschrijft de knipperlichten en voorziet in de automatische samenbrenging van verschillende gegevens. De Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden (KOIM) bij de ondernemingsrechtbank analyseert deze gegevens. Bij meerdere indicatoren kan de onderneming worden uitgenodigd voor een vertrouwelijke bespreking over onder meer een minnelijk akkoord of een gerechtelijke reorganisatie.

Artikel XX.23, § 3 WER bevat een alarmbelplicht voor accountants, belastingadviseurs en bedrijfsrevisoren. Wanneer zij gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit in het gedrang brengen, moeten zij het bestuursorgaan schriftelijk waarschuwen. Vanaf die waarschuwing loopt een termijn van één maand.

Als geen afdoende maatregelen worden genomen, of als die maatregelen de continuïteit niet voor minstens twaalf maanden waarborgen, kan de beroepsbeoefenaar zijn vaststellingen schriftelijk meedelen aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. Daarbij is artikel 458 van het Strafwetboek wettelijk niet van toepassing.

Interne signalen en faillissement

Naast geregistreerde gegevens kunnen interne signalen relevant zijn, zoals latere betalingen aan leveranciers, spanning met de bank, omzetdaling, personeelsverloop of voorraden die uit balans lopen.

Volgens art. XX.99 WER veronderstelt faillissement een duurzame staking van betaling en een geschokt krediet. Dat houdt in dat opeisbare schulden niet meer kunnen worden betaald en schuldeisers geen uitstel meer toestaan.