Opzeggingstermijn van 1 week bij minder dan 6 maanden anciënniteit

Een wet van 3 juni 2026 verkort de opzeggingstermijn voor werknemers met minder dan 6 maanden anciënniteit. De wijziging geldt wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aanvangt vanaf 1 augustus 2026.

Ontslag door werkgever of werknemer

Bij ontslag door de werkgever, ontslag door de werknemer of tegenopzegging door een werknemer bedraagt de opzeggingstermijn 1 week wanneer de werknemer minder dan 6 maanden anciënniteit heeft en de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aanvangt vanaf 1 augustus 2026.

Wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst vóór 1 augustus 2026 is aangevangen, blijven de momenteel geldende opzeggingstermijnen voor een anciënniteit van minder dan 6 maanden ongewijzigd.

Voor ontslag door de werkgever of door de werknemer wordt de opzeggingstermijn dus bepaald naargelang de uitvoering van de arbeidsovereenkomst vóór of vanaf 1 augustus 2026 aanving.

Voorbeeld

Bij een uitvoering van de arbeidsovereenkomst die aanvangt op 1 september 2026 en een aanvang van de opzeggingstermijn op 14 december 2026, bedraagt de duur van de opzeggingstermijn 1 week.

Tegenopzegging

Ook bij een tegenopzegging die door een werknemer met minder dan 6 maanden anciënniteit ter kennis wordt gebracht, hangt de opzeggingstermijn af van de vraag of de uitvoering van de arbeidsovereenkomst vóór of vanaf 1 augustus 2026 aanving.

Herinnering

De opzeggingstermijn bij ontslag van een werknemer waarvan de anciënniteit 17 jaar bereikt, werd onlangs eveneens gewijzigd.