Ontwerpwijziging Bodemdecreet over medesanering door moedervennootschappen

De Vlaamse Regering keurde in de Ministerraad van 26 juni 2026 een wijziging aan het Bodemdecreet goed. Het ontwerp beoogt de garanties voor de uitvoering en financiering van de wettelijke saneringsplicht verder te versterken.

Medesaneringsplicht voor moedervennootschappen

De belangrijkste maatregel biedt de Vlaamse Regering de mogelijkheid om een moedervennootschap als medesaneringsplichtige aan te duiden. Het ontwerp sluit voor het begrip “moedervennootschap” expliciet aan bij het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Volgens de memorie van toelichting wil de decreetgever vermijden dat de overheid omvangrijke saneringskosten moet voorschieten wanneer een reeds aangeduide saneringsplichtige haar verplichtingen niet uitvoert. De regeling wordt gemotiveerd vanuit het beginsel “de vervuiler betaalt”.

De maatregel kan slechts worden toegepast wanneer twee cumulatieve voorwaarden zijn vervuld:

  1. Er is sprake van een grootschalige ernstige bodemverontreiniging waarvoor de saneringsplicht van de dochtervennootschap vaststaat. De beoordeling van de grootschaligheid kan gebeuren aan de hand van onder meer de ruimtelijke spreiding, de financiële orde van grootte van de sanering en de maatschappelijke impact.
  2. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de dochtervennootschap niet over voldoende middelen beschikt om de sanering en eventuele nazorg te financieren. Dat kan volgens de decreetgever blijken uit verifieerbare gegevens, zoals negatieve eigen vermogens, structurele liquiditeitsproblemen, lopende insolventie- of herstructureringsprocedures of het ontbreken van vereiste financiële zekerheden.

De regeling zou gelden voor historische en nieuwe bodemverontreinigingen. De mede-saneringsplichtige moedervennootschap of haar rechtsopvolgers kunnen niet van de saneringsplicht worden vrijgesteld wanneer die plicht in hoofde van de dochtervennootschap al vaststaat.

De Vlaamse decreetgever wil de regeling onmiddellijk in werking laten treden. Zij zou ook van toepassing zijn op lopende saneringstrajecten, voor zover het bodemsaneringsproject, de bodemsaneringswerken of de nazorg nog niet volledig zijn uitgevoerd.

Bijkomende invorderingsbevoegdheden voor de OVAM

Het ontwerp geeft de OVAM ook een bijkomend middel om de verplichting tot het stellen van financiële zekerheden af te dwingen. Wanneer een verplichtinghouder die zekerheid niet stelt, kan OVAM het bedrag invorderen via een uitvoerbaar dwangbevel. Dit kan leiden tot gedwongen tenuitvoerlegging en beslag.

Daarnaast zou de OVAM beschikken over een algemeen voorrecht op de roerende goederen van de schuldenaar en desgevallend een wettelijke hypotheek kunnen vestigen.

Vervolgtraject

Het betreft voorlopig een ontwerpdecreet. Voor het verdere parlementaire traject wordt het ontwerp nog voor advies voorgelegd aan de Afdeling Wetgeving van de Raad van State.