Lagere verbeurdverklaring leidt niet automatisch tot lagere schadevergoeding
In een vonnis van 3 mei 2024 maakte de (correctionele) rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent (32ste kamer), een onderscheid tussen een strafrechtelijke verbeurdverklaring en de schadevergoeding die een slachtoffer vordert. De rechtbank kende het slachtoffer een integrale schadevergoeding toe, ondanks een eerdere herleiding van de verbeurdverklaring.
Achtergrond van de zaak
De beklaagde werd vervolgd omdat hij als muilezel (money mule) bewust 7.500 euro zou hebben ontvangen die uit een misdrijf afkomstig waren. De gelden kwamen op zijn rekening terecht en werden vervolgens doorgestort of afgehaald. De vervolging betrof het verwerven van criminele vermogensvoordelen in de zin van artikel 505, lid 1, 2° Strafwetboek.
De correctionele rechtbank veroordeelde de beklaagde en sprak een bijzondere verbeurdverklaring bij equivalent uit van 7.500 euro. In hoger beroep oordeelde het hof van beroep te Gent evenwel dat het bedrag eerst via de rekening van een andere persoon was gegaan. De verbeurdverklaring werd daarom, in toepassing van artikel 505, lid 7 Sw., herleid tot 3.750 euro, overeenkomstig de mate van betrokkenheid van de beklaagde bij het witwasmisdrijf.
Schadevergoeding blijft afzonderlijk te beoordelen
Bij de afhandeling van de burgerlijke belangen vorderde het slachtoffer 7.500 euro schadevergoeding. De beklaagde stelde dat hij, gelet op het arrest in hoger beroep, hoogstens 3.750 euro verschuldigd kon zijn. Het slachtoffer betwistte dit standpunt.
De rechtbank benadrukte dat de verbeurdverklaring een straf met een persoonlijk karakter is en dus individueel moet worden bepaald. Volgens de rechtbank doet dit geen afbreuk aan artikel 50 Sw., waaruit volgt dat het slachtoffer recht heeft op integraal herstel van de geleden schade, ongeacht het aandeel of belang van de schuld van de veroordeelde.
De beklaagde werd bijgevolg veroordeeld tot betaling van 7.500 euro aan het slachtoffer. De rechtbank bevestigde daarmee dat de burgerlijke vordering tot schadevergoeding een ander doel heeft dan de verbeurdverklaring als straf en daarvan losstaat.
Geen automatische herleiding
Een schadevergoeding veronderstelt het bewijs van een fout, werkelijke schade en een causaal verband. De vergoeding moet integraal zijn en kan enkel worden herleid wanneer het slachtoffer reeds een gedeeltelijke vergoeding heeft ontvangen. Een loutere herleiding van de strafrechtelijke verbeurdverklaring leidt dus niet automatisch tot een herleiding van de burgerlijke schadevergoeding.