Grenzen aan de leer van het verlies van een kans
In Cassatie 26 juni 2026 verduidelijkt het Hof van Cassatie de voorwaarden waaronder de leer van het verlies van een kans kan worden toegepast. Die leer kan niet dienen om onzekerheid over de feitelijke toedracht van een ongeval zelf te overbruggen.
Onzekerheid over de plaats van de quad
Op een motocrosscircuit raakte een motorrijder zwaar gewond bij een ongeval met een quad. Over de positie van de quad bestond discussie. Volgens een eerste hypothese bevond de quad zich voorbij de springheuvel, waar de motorrijder hem niet kon zien. Volgens een andere hypothese stond de quad boven op de heuvel en was hij zichtbaar, maar had de motorrijder hem wegens afleiding niet opgemerkt.
De circuituitbater had de heuvel kort na het ongeval afgegraven en onvoldoende maatregelen genomen om bewijsmateriaal te bewaren. Ook legde verzekeraar Ethias de schadeaangifte niet voor. De appelrechter oordeelde dat de slachtoffers daardoor een reële en ernstige kans verloren om de aansprakelijkheid van de veroorzaker te bewijzen. Hij begrootte die kans op 50% en kende voorlopig één euro toe.
Voorwaarden voor verlies van een kans
Volgens het Hof is het verlies van een kans een afzonderlijke schadepost: het zekere verlies van een waarschijnlijke baat. Die baat kan bestaan uit het waarschijnlijk verkrijgen van een voordeel of het waarschijnlijk vermijden van een nadeel.
De onzekerheid mag evenwel alleen betrekking hebben op hypothetische gebeurtenissen die zich zouden hebben voorgedaan zonder de fout. De feitelijke gebeurtenissen die werkelijk tot de schade hebben geleid, moeten vaststaan.
Geen toepassing bij onduidelijke toedracht
In deze zaak stond niet vast waar de quad zich bevond, of de motorrijder de quad kon zien en wat het ongeval had veroorzaakt. Daardoor was evenmin vastgesteld of de fout van de circuituitbater causaal verband hield met het ongeval. De appelrechter kon bijgevolg niet oordelen dat het verloren bewijs de slachtoffers een kans van 50% bood om aansprakelijkheid voor het ongeval te bewijzen.
Het Hof van Cassatie verbreekt het arrest, vernietigt het vonnis van het tribunal de première instance de Liège van 27 april 2023 en verwijst de zaak naar het tribunal de première instance du Luxembourg, zetelend in hoger beroep. De beslissing over de kosten wordt aangehouden.