Faillissement en de draagwijdte van de hypothecaire waarborg
Een schuldeiser diende in het faillissement een aangifte van schuldvordering in voor 2.373.001,10 euro in hoofdsom. Die vordering bestond uit een lening en twee onbetaalde facturen voor aannemingswerken.
Betwisting over de hypothecaire zekerheid
De schuldeiser nam 1.650.000,00 euro op in het bevoorrecht passief, met verwijzing naar een hypothecaire zekerheid op een onroerend goed van de gefailleerde. Daarnaast werd 723.001,10 euro opgenomen in het gewoon passief.
De curatoren betwistten de aangifte. Volgens hen was enkel het saldo van de lening, namelijk 1.283.529,98 euro, door de hypotheek gewaarborgd. De vordering uit de twee onbetaalde aannemingsfacturen van 1.089.471,12 euro zou volgens hen een chirografaire schuld zijn.
Identificatie van de gewaarborgde verbintenis
De beoordeling of een bepaalde schuldvordering door een hypotheek is gewaarborgd, gebeurt op het ogenblik waarop de zekerheid wordt uitgevoerd. De hypotheekakte moet toelaten om de gewaarborgde verbintenis te identificeren.
Volgens de rechtbank moet daarbij niet alleen rekening worden gehouden met de hypotheekakte, maar ook met de overige elementen van de zaak. Daarbij moet worden nagegaan of partijen de ingeroepen vordering voor ogen hadden bij de hypotheekvestiging. De betrokken hypotheek was geen zogenoemde “hypotheek voor alle sommen”.
De akte vermeldde dat de hypotheek strekte tot waarborg van bedragen die verschuldigd waren conform de onderhandse leningovereenkomst tussen partijen van 6 augustus 2020. De aannemingsfacturen vonden volgens de rechtbank hun oorsprong niet in die leningsovereenkomst, maar in een aannemingsovereenkomst en de uitgevoerde prestaties. Daarom vielen zij niet onder de hypothecaire waarborg zoals omschreven in de hypotheekakte.