Cassatie over kapitalisatie en verhoogde inspanningen bij arbeidsongeschiktheid

In Cassatie 5 juni 2026 beoordeelde het Hof van Cassatie de schadebegroting na een verkeersongeval uit 2017. Het slachtoffer vorderde onder meer een vergoeding voor blijvende persoonlijke, huishoudelijke en arbeidsongeschiktheid. De rechtbank van eerste aanleg van Eupen had een schadevergoeding toegekend, maar volgens het slachtoffer bepaalde schadeposten te beperkt berekend.

Inflatie bij kapitalisatie

Het slachtoffer voerde aan dat bij de kapitalisatie van de toekomstige arbeidsschade wel een inflatiecoëfficiënt van 2,21% was toegepast, maar niet bij de blijvende persoonlijke en huishoudelijke schade. Het Hof van Cassatie verklaart dit middel gegrond.

Volgens het Hof moet de rechter de schade beoordelen op het ogenblik waarop hij uitspraak doet. Kapitalisatie zet toekomstige schade om in een kapitaalbedrag dat de contante waarde vertegenwoordigt van bedragen die later verschuldigd zullen zijn. Wanneer het slachtoffer daarom verzoekt, moet de rechter rekening houden met toekomstige monetaire ontwikkelingen, zoals inflatie.

De overweging dat persoonlijke en huishoudelijke schade niet stijgt met de consumptieprijzen, volstaat volgens het Hof niet. Bij toepassing van dezelfde kapitalisatiemethode moet worden onderzocht of ook voor die schadeposten rekening moet worden gehouden met toekomstige geldontwaarding, met het oog op integrale schadevergoeding.

Verhoogde inspanningen

Het slachtoffer vroeg eveneens een vergoeding voor de verhoogde inspanningen die nodig waren om zijn inkomsten te behouden. Hij stelde voor die schade te berekenen op basis van zijn gemiddelde dagloon. De rechtbank had dit afgewezen en bij volledige arbeidsongeschiktheid een forfaitair bedrag van 25 euro per dag toegepast.

Ook dit middel is volgens het Hof van Cassatie gegrond. Het materiële nadeel bij blijvende arbeidsongeschiktheid bestaat uit de vermindering van de economische waarde van het slachtoffer op de arbeidsmarkt. Inkomensverlies en verhoogde inspanningen zijn verschillende uitingsvormen van die economische schade. De schade moet concreet worden beoordeeld volgens de individuele situatie van het slachtoffer.

Een forfaitaire of billijkheidsbegroting is slechts mogelijk wanneer de rechter motiveert waarom de voorgestelde berekeningswijze niet kan worden aanvaard en waarom de schade niet anders kan worden bepaald.

Beslissing

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis van 30 april 2024 voor zover het betrekking heeft op de blijvende persoonlijke, huishoudelijke en arbeidsongeschiktheid, evenals wat de kosten betreft. De zaak wordt in die beperkte omvang verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg van Eupen, anders samengesteld en zitting houdend in hoger beroep. De overige onderdelen van het vonnis blijven in beginsel behouden.