Boek 6 BW en bestuurdersaansprakelijkheid: risico en bescherming

Op 1 januari 2025 trad Boek 6 BW in werking. De hervorming van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht schaft onder meer de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent af. Daardoor kunnen medecontractanten van een vennootschap bestuurders voortaan in beginsel rechtstreeks buitencontractueel aanspreken voor fouten bij de uitvoering van een contract.

Het wegvallen van de quasi-immuniteit

Onder het vroegere recht konden hulppersonen, waaronder bestuurders, in principe niet rechtstreeks buitencontractueel worden aangesproken door medecontractanten van hun opdrachtgever. Dat was anders wanneer de fout een strafbaar feit vormde of wanneer zij andere schade veroorzaakte dan de schade die uit de gebrekkige uitvoering van het contract voortvloeide.

Met Boek 6 BW kunnen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid naast elkaar bestaan. Een medecontractant kan bijgevolg in principe zowel de vennootschap als haar bestuurders aanspreken wanneer bij de contractuitvoering een fout is begaan.

Bestuursfouten en andere gedragingen

De regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) gelden alleen wanneer de bestuurder handelt bij de uitoefening van zijn bestuursmandaat. Gedragingen die geen verband houden met het eigenlijke bestuur, worden beoordeeld volgens het gemeen aansprakelijkheidsrecht.

Voor bestuursfouten geldt bovendien een hogere drempel. Volgens Art. 2:56 lid 1 WVV is een bestuurder slechts aansprakelijk voor beslissingen, handelingen of gedragingen die kennelijk buiten de marge vallen waarover normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders in dezelfde omstandigheden redelijkerwijze van mening kunnen verschillen. Niet elke fout leidt dus tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Aansprakelijkheidsplafond en uitzonderingen

Art. 2:57 WVV voorziet in een plafond voor de bestuurdersaansprakelijkheid. Dat plafond hangt af van de grootte van de vennootschap en varieert van 125.000 EUR tot 12.000.000 EUR. Het geldt zowel tegenover de vennootschap als tegenover derden, ook voor buitencontractuele vorderingen onder Boek 6 BW.

Op die beperking bestaan uitzonderingen, onder meer bij zware fout, bij een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, en bij bedrieglijk opzet.

Contractuele beperking en verzekering

Art. 2:58 WVV verbiedt dat een vennootschap haar bestuurders vooraf rechtstreeks exonereert of vrijwaart. Volgens de bron kan de vennootschap wel haar eigen buitencontractuele aansprakelijkheid tegenover medecontractanten contractueel uitsluiten, wat ook gevolgen heeft voor bestuurders als hulppersonen. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering op kosten van de vennootschap is eveneens toegestaan.